Schouwse kinderen bij Madame Coty op het Elysée. FOTO: privébezit Jopie van de Stolpe
Schouwse kinderen bij Madame Coty op het Elysée. FOTO: privébezit Jopie van de Stolpe (Foto: privébezit Jopie van de Stolpe)

Schouwse 'rampkinderen' gingen op reis

Na de Ramp werd er van overal ter wereld hulp aangeboden in de vorm van materieel, voedsel, schoonmaakhulp en vakanties voor kinderen uit de rampgebieden. Nico en Jopie van de Stolpe hoorden bij de kinderen die op reis mochten.

door Willemien Lemkes

SCHARENDIJKE - Jopie van de Stolpe-Kooman werd geboren op de Tiengemeten waar haar familie geëvacueerd was in de oorlog. Zij kwam met haar ouders, zus en broer in 1954 in Noordwelle wonen. De schoolarts, dokter Schultstra, selecteerde 24 kinderen die op reis mochten. Zij kwamen uit Noordgouwe, Haamstede, Noordwelle, Renesse, Dreischor, Zonnemaire, Elkerzee, Kerkwerve, Scharendijke, Ellemeet en Burgh. Op uitnodiging van de vereniging France-Hollande in Parijs mochten de kinderen drie weken in het kinderhuis Le Chalet in het Zwitserse plaatsje Fleurier logeren.

Reepje chocola

Jopie weet nog dat ze met de bus vertrokken vanaf Concordia in Zierikzee. "Het was best een lange reis, maar daar weet ik niet meer zo veel van. Wel herinner ik mij de slaapzaal waar we sliepen. Elke middag moesten we naar bed, dat vond ik heel raar. Ik denk dat wij door de schoolarts uitgekozen waren, omdat we buitenlucht en rust nodig hadden, maar ik vond mijzelf geen bleekneusje. Als we een boterham aten, kregen wij daar een reepje chocola op. Geen hagelslag, maar een stukje van een reep. Dat was heel anders dan thuis. Op de terugreis gingen wij met z'n allen op bezoek bij madame Coty, de vrouw van de Franse president op het Elysee. Een echt paleis, dat hadden we nog nooit gezien. We kregen er taartjes en limonade."

Volgens de krant van toen hebben de kinderen daar volksdansen uitgevoerd, die ze de weken daarvoor hadden geoefend. In de PZC werd het volgende geschreven: De kinderen, die op het ogenblik ondanks de minder gunstige weersomstandigheden volop van hun vacantie genieten, zijn reeds druk in de weer met het instuderen van de volksdansen. Op het vacantie-programma voor de komende week staat o.m. een uitstapje naar Bern en intussen bezochten zij reeds het schilderachtige plaatsje Coté aus Fees. De jeugdige Schouwenaartjes hebben zich intussen ook al van een souvenir voorzien; een originele Zwitserse koeienbel, die vermoedelijk in triomf mee naar huis gevoerd zal worden!"

Drie maanden Frankrijk

Nico van de Stolpe is drie maanden naar Frankrijk geweest. "Ik woonde in Serooskerke, waar we tijdens de Ramp weg moesten. We hebben drie maanden in Renesse gewoond. Daarna kon mijn grootmoeder terug naar haar huis op Schuddebeurs dat droog was gebleven. Wij pasten daar als gezin wel bij, het was een groot huis. Ik ging in Zierikzee naar school. De hele klas kreeg de uitnodiging om naar een kinderhuis in de buurt van Cherbourg te gaan, een plaats onder Parijs. De onderwijzer ging mee om ons les te geven. Ik had er helemaal geen zin in. Wij waren toen natuurlijk op het eiland niets gewend, we gingen nooit weg of met vakantie. Het was een heel andere tijd, er werd altijd gewerkt op de boerderij. Ik wilde dus helemaal niet weg, ik bleef liever bij mijn moeder, maar ik moest mee. We gingen in Frankrijk gewoon naar school. We verbleven in een kinderhuis waar ook een groep Franse kinderen zat. Die waren echt arm, voor ons idee was de vakantie voor hen noodzakelijker dan voor ons. Rondom het huis was een bos waar wij speelden. We dronken cider. Dat hadden we natuurlijk nog nooit gehad. We aten altijd in een kasteeltje daar vlakbij. Twee keer warm per dag, dat vond ik wel vreemd maar niet zo'n probleem. De Camembert die we altijd kregen, was niet zo'n succes. Die lieten we stiekem vallen en de hond die er rond liep at het op. De hond is later doodgereden, dat was wel jammer. Tijdens de drie maanden zijn onze moeders nog een keer geweest om te zien hoe het met ons ging. Dat was ook voor hen een hele onderneming."

Overal zand

"Toen mijn ouders met ons in mei 1954 weer terug naar huis mochten, lag er overal zand. Alle huizen waren onder het zand gespoeld, het leek wel of je aan het strand was. De boeren kregen een vergoeding, omdat ze niets konden oogsten. Maar als je iets zaaide, kreeg je meer, ook al kwam er niet veel op. Er moesten enorme hoeveelheden gips gestrooid worden om de grond weer vruchtbaar te maken. Er waren veel huizen weggeslagen en veel mochten er van de Provinciale Planologische Dienst niet herbouwd worden. Gelukkig was ons huis weinig beschadigd, het was ook nog betrekkelijke nieuw. Wij pakten ons leven weer op."

Serooskerke

Nico van de Stolpe woonde in Serooskerke, waar hij tijdens de Ramp weg moest. Serooskerke ligt vlak achter de Oosterscheldedijk. In 1953 ontstond er tijdens de watersnoodramp een dijkdoorbraak bij de Schelphoek, waardoor de polder Schouwen onder water liep. Scharendijke bleek niet bestand tegen de kracht van het water en verdween in de golven. De Ramp kostte aan vijftien inwoners van Serooskerke het leven. Het ontstane gat in de dijk leek aanvankelijk nog mee te vallen, maar in de maanden na op de ramp werd het gat groter en groter. Een half jaar na de ramp was er een gat van 520 meter breed en 38 meter diep. Het gat in de oude dijk is nooit meer hersteld, daarvoor was het te groot. Later is vastgesteld dat het om het grootste gat in het hele rampgebied ging. Om het gebied werd een nieuwe dijk aangelegd, afgesloten met caissons. Vanaf de nieuwe dijk zijn de restanten van de oude dijk nog goed te zien, met in het midden de gapende opening.

Meer berichten




Shopbox