Foto: Anneke Flikweert

Gaat het licht uit, dan kruipen ze eruit

Waar eerst 15.000 kippen rondliepen, in de schuren van John Elenbaas in Ellemeet, is het nu doodstil. Toch worden hier dieren gehouden: in de witte kratten groeien twintig tot dertig miljoen wormen.

door Anneke Flikweert

ELLEMEET - "In 2006 besloten we om met de kippen te stoppen," vertelt John. "Mijn vader en ik draaiden het bedrijf samen en door ziektedruk en maatschappelijke tendensen wat betreft de intensieve veehouderij was het tijd een nieuwe kant op te gaan. Mijn vader kwam in die tijd in het vakblad 'De Boerderij' een advertentie tegen: 'Wormenkwekers gezocht' en daar gingen we op in. We zochten contact met de handelaar die die advertentie plaatste. Je kunt namelijk niet zomaar wormenkweker worden: je moet immers afzet hebben. Onze wormen zijn 'springwormen'- dendrobena veneta- een soort broertje of zusje van de regenwormen in de tuin. Ze worden gebruikt in de zoetwaterhengelsport en gaan naar alle landen waar stromend zoet water is." Het duurt een jaar voor een worm groot genoeg is en de periode waarin de wormen geleverd kunnen worden valt rond het toeristenseizoen: van januari tot eind september. Inmiddels werkt John Elenbaas samen met George van der Bok uit Ouddorp. In Nederland zijn er 30 tot 40 wormenkwekerijen, die van Elenbaas en zijn compagnon Van der Bok behoort tot de top 10 qua capaciteit.

Kinderziekten

Vader en zoon Elenbaas begonnen in 2007 op de vloer van de oude kippenstallen met het kweken van hun eerste wormen. John: "We wisten eigenlijk niet goed waar we aan begonnen, zeg ik achteraf. Het was een kwestie van uitproberen met vallen en opstaan, maar de productiecapaciteit was zo te klein en het groeiproces te traag. In het begin hadden we ook last van ziektes, omdat we het proces nog niet zo in de vingers hadden. Uiteindelijk verwees de handelaar in Almkerk ons naar George van der Bok: die had al een kwekerij in Ouddorp. Het klikte tussen ons en omwille van de efficiency is zijn kwekerij ook naar hier verplaatst. We keken door heel Nederland naar betere kweekmethoden en gingen uiteindelijk over op het kweken in 'viskistjes' van 60 x 40 centimeter. De universele maten maken het makkelijk. Uiteindelijk kwamen we tot deze voerlijn, waarin twee robots zijn geïntegreerd. We hebben eerst jaren alle kistjes met de hand uitgekiept. Deze robots komen uit de auto-industrie. De apparatuur is deels speciaal voor ons vervaardigd of aangepast, zo komt de machine die de grond doseert bij plantenkwekerijen vandaan. De partijen wormen hebben allemaal hun eigen code. Omdat wormen hermafrodiet zijn en elkaar bevruchten kunnen we hier ook zelf de eitjes oogsten. Na 6 tot 8 weken zeven we de moederdieren eruit en kweken we de eitjes op tot wormpjes. De kleine wormen krijgen twee keer per week een portie springermeel en vers leefmilieu, de grotere één keer per week. Om de maand worden ze verschoond en krijgen ze volledig nieuwe grond."

Volgroeid

Aan het eind van het proces worden de wormen uitgezeefd en met vijf kilo tegelijk in een kistje met wat grond en krachtvoer verder gedistribueerd door de handelaar. En dan maar hopen dat het goed visweer is, zonder al te veel voetbal op televisie.

 

Meer berichten