Jan de Jonge met een tegeltje ter gelegenheid van vijf jaar buurtbus: uit 1984. FOTO: Anneke Flikweert
Jan de Jonge met een tegeltje ter gelegenheid van vijf jaar buurtbus: uit 1984. FOTO: Anneke Flikweert (Foto: )

De buurtbus komt... Al veertig jaar

Hij rijdt sinds een jaar of acht als chauffeur op de buurtbus, de Nieuwerkerkse Jan de Jonge. En in al die jaren kwamen er zoveel verhalen op zijn pad, dat hij ze nu bundelt in een boekje.

door Anneke Flikweert

NIEUWERKERK - "Ik rijd in wisselende diensten, in de afgelopen week reed ik op woensdag," vertelt Jan de Jonge. "De planner regelt dat en natuurlijk geef je door wanneer je niet kunt. Woensdag begon ik om tien over half een en was ik om kwart voor vijf klaar. Daarna moet je dan je bus nog aftanken en afleveren bij Van Oeveren. Hij wordt schoongemaakt door vrijwilligers. We hebben in totaal twee buurtbussen."

De Jonge had als fysiotherapeut altijd al veel contact met mensen en na zijn pensionering vond hij het leuk om allerlei verschillende mensen te blijven ontmoeten, maar nu dan op de buurtbus. "Mensen herkennen me ook nog van toen. 'Goh, ik ken u. U bent 25 jaar geleden bij ons geweest.'" Rijden op de buurtbus is soms improviseren en als buurtbuschauffeur moet je flexibel zijn. "Af en toe heb je van die smalle straatjes, of wegwerkzaamheden. Zo moest ik in Dreischor weer in z'n achteruit terug. Dan moet je even een alternatieve route verzinnen. Vroeger reden we in Zierikzee tot aan de Beuze, maar dat mocht ineens niet meer: we moesten door de Hoge Molenstraat, bij De Wieken. Ik heb meegemaakt dat daar een begrafenisauto geparkeerd stond en ik kon er nét niet door. Dat was zó pijnlijk. Dan moet je naar binnen, midden in een bijeenkomst, mensen vragen of ze de auto een stukje opzij willen zetten."

In de bus passen acht passagiers en meestal is dat ruim voldoende. Als is het weleens slikken wanneer er ineens negen passagiers bij de halte staan, zoals ooit bij het Watersnoodmuseum. Jan de Jonge: "Ooit kwam ik in Ouwerkerk in de stromende regen een mevrouw tegen, met zo'n regenkapje op, en in haar hand een plastic zakje met precies gepast muntgeld. Ze was Australisch, bleek. "To Goes?" vroeg ze. "Bus one three two," legde ik haar uit. Als het nodig is, zijn we flexibel als buurtbuschauffeurs. Als je toch langs de Albert Heijn rijdt in de stromende regen, dan stop je daar even wanneer iemand daar moet zijn, ook al is de officiële halte bij De Wieken. Ik had zelfs ooit iemand uit Ouwerkerk die ging verhuizen. "Kunnen er ook een paar grote tassen mee in de bus, als het niet zo druk is?" vroeg hij. Ik antwoordde dat ik geen verhuisbedrijf was, maar een paar tassen konden prima mee aan het eind van de rit."

"De meeste mensen die ik in de bus krijg worden uiteindelijk bekenden. En stukje bij beetje krijg ik dan hun verhaal te horen. Want zó lang zitten we nu ook weer niet samen in de bus. De mensen die een praatje willen maken gaan meestal in de stoel rechts vooraan zitten: dat is de 'praatstoel.' Dat gaat vanzelf. Het is heel gezellig zo. Zodra er meer mensen binnenkomen, worden de gesprekken weer minder. De dagelijkse gesprekjes heb ik niet in mijn boekje beschreven: de speciale gesprekken zijn juist zo interessant."

Jan de Jonge schreef een boekje 'De buurtbus komt. Al veertig jaar' met daarin verhalen, ervaringen, foto's en de geschiedenis van de buurtbus. Hij putte uit eigen ervaring en vroeg collega's naar bijzondere verhalen. Ook spitte hij door archieven en de krantenbank, om een compleet beeld te geven van veertig jaar buurtbus op Schouwen-Duiveland. Het boekje wordt in een oplage van vijftig exemplaren uitgegeven, waarvan vijfentwintig exemplaren voor de vrijwilligers.

Meer berichten