FOTO: Helma Kot
FOTO: Helma Kot (Foto: Helma Kot)

Aart Kot trapt al vijftig jaar het orgel

Er stond een orgel thuis bij Aart Kot, maar niemand speelde erop. Toch ging Aart al als kind op de orgelbank zitten en probeerde van alles. Hij kon nog niet bij de pedalen, dus maakte een buurman die timmerman was er blokken op. De organist Aart Kot was geboren. Hij is er nooit meer mee gestopt.

door Willemien Lemkes

Burgh-Haamstede -"Mijn schoolmeester speelde in de kerk in Tholen op het orgel" vertelt Aart. "Soms mocht ik bij hem boven zitten, dat vond ik prachtig. Hij gaf mij les, maar al snel kon hij me niets meer leren en ging ik naar de muziekschool in Bergen op Zoom. Toen ik daar uitgeleerd was, had ik de moed om Feike Asma een brief te schijven om hem te vragen of ik bij hem les kon krijgen. Dat lukte: woensdagmiddag in Maassluis. Dat was geweldig, Feike was iemand die altijd vol op het orgel ging."

Droog brood

Hij zei me wel dat ik niet naar het conservatorium moest gaan concert-organist te worden, want daar was geen droog brood in te verdienen. Hij adviseerde me kerkmuziek en schoolmuziek te gaan studeren, wat ik dan ook in Utrecht heb afgerond.Later kreeg ik les van Stoffel van Viegen op het orgel van der Domkerk in Utrecht. Stoffel had een romantische stijl, dat was weer heel anders."

Muziekdocent

Dat je als organist niet de kost kon verdienen, werd snel duidelijk. "Ik moest er wel iets anders bij doen om een inkomen bij elkaar te krauwen. Ik werkte in een muziekwinkel in Utrecht en later in Goes. Daar werd ik gevraagd om muziekdocent op een middelbare school te worden. Om ook havo -en vwo-leerlingen les te mogen geven, moest ik op mijn 36ste nog de tweedegraads bevoegdheid halen. Dat was wel even blokken, ik deed er ook piano en koordirectie bij. "
Aart genoot van het lesgeven. Muziek was een keuzevak, dus hij had altijd gemotiveerde leerlingen. Hij deed veel leuke dingen. Zo maakt hij films van een viool- of een saxofoonbouwer en behandelde die in de klas. Veel leerlingen bespeelden een instrument of zongen, dus bedacht hij om naar het conservatorium in Tilburg te gaan. "Daar studeerden de leerlingen met andere scholieren 's morgens van 10 tot 16.00 uur een muziekstuk in en gaven 's middags een uitvoering,. "De eerste keer was dat 'Music is my first love' van John Miles. Dat zal ik nooit vergeten. Het is een bijzonder stuk met blazers, strijkers, zang en verschillende ritmes. Het klonk prachtig. Veel van mijn leerlingen zijn later in de muziek verder gegaan."

Genieten

Aart heeft ook veel koren gedirigeerd. Na zijn pensionering is hij alleen nog vaste organist van vijf kerken op het eiland en soms daarbuiten.
"Na vijftig jaar ben ik nog steeds onder de indruk van wat je met een orgel kunt. Het is de koning van de instrumenten, alles zit er in. Het is eigenlijk een heel orkest, bespeeld door één man. En als mijn vrouw Helma dan ook nog zingt, genieten we."

Meer berichten