Kees van der Bijl in 1954 voor het huisje in Den Osse waar hij opgroeide FOTO: C. van der Bijl
Kees van der Bijl in 1954 voor het huisje in Den Osse waar hij opgroeide FOTO: C. van der Bijl (Foto: )

'De bramenstruiken groeiden binnen'

Hij is inmiddels 81, maar hij kan de plattegrond van het huisje in Den Osse waar hij opgroeide nog zó uittekenen.

door Anneke Flikweert

DEN OSSE- Kees van der Bijl uit Zierikzee groeide op in het witte huisje in de bocht bij Den Osse: K7. Mensen zijn al jaren nieuwsgierig naar het verhaal achter het vervallen gebouw en de bijbehorende schuur. Van wie zou het zijn en waarom laat je een huis zo tot ruïne verworden? Een tijdje geleden verscheen er een bord met 'te koop' bij het perceel en sinds twee weken staat er 'verkocht.'

Kees van der Bijl groeide op in het huisje, als oudste zoon van C.J. van der Bijl. Zijn vader kwam op 4 februari 1946 in dienst van het Waterschap Schouwen, als machinist van het gemaal en kantonnier. Het huisje was rond 1866 gebouwd, door aannemer Verjaal, voor de dijkbaas van het district Langendijk, eenzelfde huisje werd gelijktijdig in Burghsluis gebouwd. "Cornelis Jan, heette mijn vader. Hij werd geboren in 1910," vertelt Van der Bijl. "Dijkbaas Leendertse woonde er eerst, met vijf kinderen. Er was ook een archiefkamer, daar mochten we niet in: daar mochten alleen 'de heren' van het Waterschap in, om te vergaderen. Laten maakten mijn ouders daar een slaapkamer van. In de grote kamer was een bedstee en een alkoof- een bed met een gangetje. Later is dat allemaal uitgebouwd. Er was eerst nog geen wc en ook geen elektrisch licht, de elektriciteit kwam pas toen het gemaal elektrisch werd, in 1949. Toen wij er kwamen was het een dieselgemaal. Er was een pomp en een regenbak. We kwamen daar met de strenge winter van 1946. We liepen met een aantal kinderen naar school in Brouwershaven, over het 'geitendijkje' en de Noordstraat. De sneeuw lag zó hoog. Het was een leuke plek om op te groeien: ik bracht veel tijd door aan de zeedijk. Kachelhoutjes vissen: dan had je het drie keer warm. Hoeveel uren we wel niet op die dijk gezeten hebben. Met de ramp ook. Toen riep mijn vader: 'Het water zakt niet!' We moesten met z'n allen de dijk zien te redden.

Ik woonde tot 1961 in het witte huis, toen trouwde ik. Nadat mijn vader met pensioen ging, in 1975, heb ik nog één keer in het huisje gekeken: ik reed erlangs op de motor. De bramenstruiken groeiden binnen en de vloeren waren eruit gehaald om banken van te maken. Ik dacht: Kees, ga die trap maar niet meer op. Toen wij er woonden was het huisje al een eind op z'n retour. Ik heb daar wat kou geleden. Met oostenwind kon je het niet warm stoken, ook al deden we de luiken dicht."

In 1957 werd het nieuwe gemaal 'Den Osse,' met elektromotor, in werking gesteld, met dubbele capaciteit van het oude gemaal, ook werd vier kilometer dijk verzwaard. Rond 1962 werd de Langedijksevaart, een zwakke plek in de zeewering, dichtgemaakt en tegelijkertijd verdween de vroegere Ossehaven, bij het witte huisje, onder het zand. Het vervallen oude gemaal werd afgebroken en op de fundamenten werd een magazijn gebouwd- de huidige schuur. Twee broers uit de Krimpenerwaard kochten het huisje. De weduwe van één van de broers verkocht het perceel kort geleden.

Het kavel aan de Schouwsedijk 7 is inmiddels verkocht via Haas Vastgoed. In overleg met de gemeente worden er op dit moment bouwplannen gemaakt. Op die plannen en vergunningen zat de verkoop van het kavel in de afgelopen jaren vast, vertelt Peter Haas. Het huidige proces van verkoop loopt ook al zeker een jaar. Op het perceel komt een woning, op een bouwblok van 15 x 15 meter, met een bijgebouw. Er rust een woonbestemming op, dus alleen recreatief gebruik mag niet.

Meer berichten